19 jan 2016

Watervogels

Watervogels vinden normaal gesproken hun voer in het water en op de kant waar ze grazen. Omdat het gras en de grond bevroren zijn kan in een vorstperiode voor deze dieren, zoals eenden, ganzen en zwanen het best een wak worden gemaakt, dat vervolgens ook ‘open’ wordt gehouden. Zodat ze toegang tot het water blijven behouden, kunnen drinken en nog wat eten kunnen vinden.
Let wel op dat het wak duidelijk wordt afgezet met stro(balen) of kleurige linten, zodat er geen ongelukken kunnen gebeuren.
Bijvoeren van de watervogels kan met tarwe, kippenvoer, gekookte aardappels, bruinbrood of fijn gesneden andijvie of sla. Bijvoeren op de kant (niet in het water).

Reigers en roofvogels

De bevroren grond  en bevroren water maken het zelf eten vinden en op krachten blijven voor deze dieren ook moeilijk. Reigers kunnen niet meer vissen omdat oppervlaktewater is bevroren. Het uit de grond wroeten van insecten en pieren of een mol vangen lukt niet meer. En ook muizen en ratten laten zich met deze kou nauwelijks nog zien. Schaarste dus, waarbij het vangen nog eens extra wordt bemoeilijkt door de kou. De kou veroorzaakt namelijk ook al dat de dieren trager worden bij het vangen van een prooi.
Reigers en roofvogels zijn het meest gebaat bij vlees en vis (afval). Of bijvoorbeeld (zacht) kattenvoer.

Dingen die u vooral NIET moet doen!

  • margarine of boter aan vogels geven. Die werken bij vogels als laxeermiddel.
  • zoutjes, ongekookte rijst, spekrandjes of droge kokosnoot aan vogels geven.
  • ijzeren of metalen drinkbakjes gebruiken voor drinkwater.
  • suiker of zout in het drinkwater.
  • vastgevroren dieren lostrekken van het ijs. Die moeten met een stukje ijs rondom hun lichaam of poten voorzichtig worden losgemaakt.

En nog enkele verrassende weetjes. Wist u dat:

  • vogels door de opname van zout of pekelwater een intoxicatie oplopen?
    Met ernstige klinische symptomen als gevolg. De dieren zijn dan suf, reageren weinig op prikkels, laten zich gemakkelijk benaderen, vliegen niet meer weg en worden sneller overreden door auto’s.
  • de vetreserves van (water)vogels sneller uitgeput raken, omdat ze een hoger caloriegebruik hebben?
    De vetreserve hebben ze hard nodig om tijdens de koude nachten hun temperatuur op peil te houden. In barre omstandigheden raken ze verzwakt en missen vervolgens de kracht om overdag op zoek te gaan naar het weinige voedsel dat er nog wel te vinden is.
  • vogels geen voer mogen hebben waarin zout is verwerkt?
    Daardoor kan uitdroging ontstaan als dat niet met voldoende met vocht kan worden gecompenseerd.
  • wij een zorgplicht hebben ten opzichte van dieren die hulpbehoevend zijn?
    Door alert te zijn op hongerige, onderkoelde, versufte en vastgevroren dieren, door afspraken te maken over bijvoederen in de omgeving en het openhouden van plekken in vijvers of ander oppervlaktewater kunnen we voor hen het verschil maken!
[begin]